Over het Sociaal Fonds 323 ..

Sociale fondsen (of fondsen voor bestaanszekerheid) zijn sociale zekerheidsinstellingen die werkgevers- en werknemersorganisaties kunnen oprichten in de schoot van de paritaire comités. Dit is geregeld door de Wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor Bestaanszekerheid. Zowel het oprichten als latere wijzigingen aan de statuten worden vastgelegd in CAO’s. De gecoördineerde statuten van het Sociaal Fonds voor de Vastgoedsector en de recentste wijzigingen kunnen geconsulteerd worden in de rubriek CAO’s. 

De voornaamste doelen van deze fondsen zijn:

  • het financieren, toekennen en uitkeren van sociale voordelen;
  • het financieren en organiseren van de vakopleiding van de werknemers en van de jongeren;
  • het financieren en verzekeren van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers in het algemeen.

De financiering van deze fondsen gebeurt door bijdragen die de werkgevers van de sector betalen aan het fonds. De inning van de bijdragen gebeurt via de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Deze bijdragen worden eveneens vastgelegd bij CAO. 

De voordelen die door deze sectorale fondsen worden toegekend, verschillen van sector tot sector en maken het voorwerp uit van sectoraal overleg (op het niveau van het Paritair Comité). Voor de sector “323” (Beheer van gebouwen, vastgoedmakelaars en dienstboden) zijn deze:

  • eindejaarspremie oor arbeiders vakopleiding
  • syndicale premie
  • brugpensioen
  • outplacement en loopbaanbegeleiding
  • 2de pensioenpijler
  • solidariteitstoezegging aanvullende pensioenen

Voor meer informatie verwijzen naar de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg