You are here

Overzicht van de sectorale akkoorden

Beroepsindeling

Om het barema te bepalen wordt met volgende indeling rekening gehouden:

  • groep 1: bedienden  à 4 categorieën
  • groep 2: arbeiders  à 3 categorieën
  • groep 3: huisbewaarders met een arbeidsovereenkomst voor bedienden  à 4 categorieën
  • groep 3: huisbewaarders met een arbeidsovereenkomst voor werklieden  à 3 categorieën
  • groep 4: dienstboden à 3 categorieën

De groep en de categorie worden bepaald op basis van de effectief uitgeoefende functie.

De belangrijkste variabelen in deze beroepsindeling zijn de complexiteit van het werk en de fysieke belasting ervan.

De kennis van een extra taal kan aanleiding geven tot een verandering van categorie.

Het scholingsniveau kan alleen bij aanvang van de loopbaan in acht genomen worden.

Lonen en wedden

Klik hier voor de overzichtstabel met barema’s geldig op 01/01/2017.

De barema’s binnen PC 323 werden op 1 januari 2010 aangepast, in overeenstemming met de bepalingen van de Europese richtlijn 2007/78/EG. Die verbiedt discriminatie, ook op basis van leeftijd of anciënniteit. De lonen worden daarom niet langer uitgedrukt in functie van de leeftijd van de werknemers, maar in functie van hun ervaring. Belangrijk om weten, is dat de overstap naar dit nieuwe systeem geen aanleiding mocht geven tot een verlaging van het barema voor wie al in dienst was.

De barema’s werden op 1 januari 2017 geïndexeerd met 1,13 %. 

Klein verlet

Vakantie met behoud van loon voor bepaalde gebeurtenissen in familiale kring. (niet uitputtende lijst)

Opgelet: voor al deze vakantiedagen moeten termijnen gerespecteerd worden!

1 dag vrij voor:

  • huwelijk van een kind *
  • overlijden van een broer of zuster
  • plechtige communie (of feest van de vrijzinnige jeugd) van een kind *
  • een familieraad bijeengeroepen door de vrederechter.

2 dagen vrij voor:

  • overlijden van een broer of zuster die onder het zelfde dak woont

3 dagen vrij voor:

  • huwelijk
  • overlijden van echtgeno(o)t(e) **

3 dagen + 7 dagen vrij voor:

  • geboorte of adoptie ***

De volledige lijst en de te respecteren termijnen vindt u in de CAO “klein verlet”.

* Aangenomen of erkende kinderen worden gelijkgesteld

** Wettelijk samenwonenden worden gelijkgesteld

***3 dagen ten laste van de werkgever, 7 dagen ten laste van het ziekenfonds

Indexering

De loonsindexering gebeurt eenmaal per jaar, op 1 januari. De coëfficiënt om de verhoging toe te passen is bepaald in de in de CAO van 8 oktober 2009 en wordt berekend aan de hand van de hiernavolgende breuk:

(gemiddelde van de afgevlakte indexen van november en december J-1)/(gemiddelde van de afgevlakte indexen van november en december J-2)

De indexen worden gepubliceerd door de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie. De afgevlakte index waarop de loonsindexering gebaseerd is, is het viermaandelijks gemiddelde van de gezondheidsindex.

Als het resultaat van die vergelijking zou betekenen dat de lonen moeten dalen (negatieve indexering), dan wordt de aanpassing niet doorgevoerd, maar wordt die het jaar daarop verrekend.

Voor 1 januari 2017 is het resultaat van die berekening een coëfficiënt van 1,0113. Dit betekent dat, om het loon van januari 2017 te kennen, het loon van december 2016 vermenigvuldigd moet worden met 1,0113.

Een stijging met 1,13 % dus.

Bijdrage in de vervoerskosten

Woon- werkverkeer met het openbaar vervoer is sedert  1 januari 2009 volledig ten laste van de werkgever.

Voor woon- werkverkeer met eigen vervoer wordt 50 % van het tarief 2de klasse bij de sporwegen voor eenzelfde afstand betaald door de werkgever. Dit is enkel van toepassing voor afstanden die groter dan of gelijk aan 3 km zijn.

Arbeidsduur

Arbeiders en bedienden:

  • principe: 38 uren / week (wet van 16 maart 1971)
  • flexibele uurroosters:
    • 38 uur/week niet overschrijden op jaarbasis
    • maximum + 1 uur / dag
    • maximum + 5 uur / week
  • nieuwe arbeidsregimes: (wet van 17 maart 1987 + CAO n° 45 van de NAR)
    • deze principes zijn enkel van toepassing op AO van onbepaalde duur
    • maximum 12 uur / dag
    • gemiddelde van 38 uur / week
    • over recuperatie wordt in onderling overleg beslist
  • nieuwe arbeidsregimes: verhoogde flexibiliteit voor:
    • badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra
    • 10 uur / dag (4 dagen / week)
    • 12 uur / dag (3 dagen / week)
    • zondag- en feestdagenarbeid (compensatie binnen de 6 dagen)

Huisbewaarders:

  • principe: 38 uur / week
    • hetzij 38 uur effectieve arbeid / week
    • hetzij 39 uur / week met 6 compensatiedagen per jaar
    • hetzij 40 uur / week met 12 compensatiedagen per jaar
    • dagprestaties moeten vermeld zijn in de AO
  • verplichte aanwezigheid (permanentie)
    • ≤ 20 % van de arbeidstijd en te vermelden in de AO
    • indien het contract < 30 uur effectieve arbeid voorziet, dan zijn
    • permanenties betaald à 33 %
    • indien het contract ≥ 30 uur effectieve arbeid voorziet, gecumuleerde
    • inkomsten (arbeid + permanenties) ≥ GGMMI
    • de gecumuleerde prestaties (arbeid + permanentie) ≤  gekozen regime

Outplacement

Sedert 1 januari 2014 zijn de regels rond outplacement een stuk complexer geworden. Deze regels worden hieronder schematisch voorgesteld.

Voor praktische informatie verwijzen we naar de pagina's outplacement op deze website.

2de Pensioenpijler

Sinds 1 april 2010 is het sectoraal aanvullend pensioenplan van kracht. Alle werkgevers hebben sinds dan en tot en met december 2011 per voltijdse werknemer een bedrag van 20 € per maand betaald. Die bedragen werden toegewezen aan de individuele rekeningen van de werknemers. De reserves die op die manier opgebouwd worden, worden uitgekeerd op het moment dat iemand met pensioen gaat. Dit forfaitair bedrag werd op 1 januari 2012 opgetrokken tot 2 % van het brutoloon, op 1 april 2014 tot 2,5 % van het brutoloon en zal in de toekomst blijven stijgen: nl. tot 3 % op 1 januari 2015 en tot 3,5 % op 1 januari 2016.  De andere principes van het pensioenplan blijven gelden zoals bij de invoering ervan.

Meer informatie hierover vindt u op de pagina’s over de 2de pensioenpijler en in de CAO's betreffende het pensioenplan.

SWT (Stelsel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag)

De regeling rond SWT (vroeger brugpensioen genaamd) op zich is geen bevoegdheid van het paritair comité. Wat wel onder de bevoegdheid van het paritair comité valt, is de beslissing de financiële last van een brugpensioen door het sociaal fonds te laten dragen. Meer informatie daarover op de pagina's over SWT (brugpensioen).

Volgens de cao van 21 juni 2017 kunnen tot 31/12/2018 brugpensioenen vanaf 58 jaar (2017) of 59 jaar (2018) in het geval van lange loopbaan, nachtarbeid, zwaar beroep of medische ongeschiktheid door het Fonds gefinancierd worden. 

Hiervoor is 5 jaar sectorale anciënniteit vereist.