Algemeen

Wat is een 2de pensioenpijler?

Het Belgische pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers: de 1ste pijler (de wettelijke pensioenen), de 2de pijler (aanvullende pensioenen in het kader van een beroepsactiviteit, op bedrijfs- of sectorniveau), en de 3de pijler of de vrijwillige aanvullende pensioenen op individuele basis (pensioensparen en langetermijnsparen).

Waarom een 2de pensioenpijler? 

Enerzijds komt het traditionele systeem van de wettelijke pensioenen (1ste pijler) door de vergrijzing steeds meer onder druk te staan, en anderzijds wordt de kloof tussen het laatst betaalde loon en het pensioen steeds groter. Daarom wordt het steeds belangrijker een aanvulling op het wettelijk pensioen te voorzien. 

Waar zit hem het grote verschil met het wettelijk pensioen? 

De wettelijke pensioenen worden gefinancierd door een systeem van repartitie. Dit wil zeggen dat de bijdragen die door de actieve bevolking geleverd worden, dienen voor het betalen van de pensioenen. De 2de pijler is een systeem van kapitalisatie, dit betekent dat de bijdragen die voor iemand betaald werden, meteen ook aan hem of haar toegewezen worden, en verworven blijven. Net zoals dat het geval is bij een individuele spaarrekening.  

Voor wie? 

Het sectoraal aanvullend pensioenplan is er voor alle werknemers uit de vastgoedsector (paritair comité 323), zowel bedienden, als arbeiders als dienstboden. Zo’n sectoraal pensioenplan wordt beheerd door een fonds 2de pijler. Alle werkgevers uit de sector betalen sedert 1 april 2010 per werknemer een bijdrage aan het fonds 2de pijler. Die bijdragen worden door het fonds 2de pijler aan de juiste personen toegewezen. 

Hoeveel bedraagt het aanvullend pensioen? 

Elk kwartaal wordt er per voltijdse werknemer 60 € gestort. Voor deeltijdse werknemers wordt dit bedrag herleid pro rata van de tewerkstelling (voor wie halftijds werkt wordt 30 € gestort enz.). Van die 60 € wordt 3 € (= 5 %) gebruikt voor solidariteitsdoeleinden (zie verder onder speciale gevallen). De overige 57 € (= 95 %) worden meteen aan de individuele begunstigde toegewezen. Het bedrag waar iemand recht op heeft op het moment dat hij met pensioen gaat, hangt dus niet alleen af van het aantal uur dat hij of zij werkt per week, maar ook van de totale duur van zijn tewerkstelling in de sector. Het gestorte geld wordt door een pensioeninstelling belegd tegen een afgesproken gegarandeerd rendement (op vandaag 3,25%).

Vanaf 1 januari 2012 wordt dit vast bedrag vervangen dooreen percentage van het loon. (2%).

Wanneer wordt het aanvullend pensioen betaald? 

Aangezien het hem gaat om een aanvullend pensioen, wordt het opgespaarde kapitaal pas uitgekeerd op het moment dat iemand met pensioen gaat, en dit tegen een fiscaal gunstig regime. Bij de pensionering kan er gekozen worden voor een kapitaalsuitkering (het volledige bedrag in één keer) of voor een rente (maandelijks bedrag, dat betaald wordt zolang iemand in leven is). Indien iemand overlijdt voor hij of zij de pensioenleeftijd heeft bereikt, dan wordt het gespaarde kapitaal uitgekeerd aan de erfgenamen. 

Wat met uittreders en bestaande, eerdere aanvullende pensioenen? 

Ook wie de sector verlaat, behoudt zijn opgebouwde rechten. Het gespaarde geld blijft gewoon op de individuele pensioenrekening staan tot de pensioenleeftijd. Er kan ook voor gekozen worden het gespaarde bedrag over te dragen naar een pensioenplan bij een nieuwe werkgever. Iemand die nieuw in de sector komt werken en bij een vorige werkgever een aanvullend pensioen genoot, kan er ook voor kiezen dat gespaarde kapitaal over te dragen naar de 2de pijler van PC323.

De volledige tekst van het pensioenplan (pensioenreglement) kan geconsulteerd worden in bijlage 1 van de CAO ter Invoering van een sectoraal sociaal pensioenplan (CAO van 17 februari 2011) in de sectie CAO’s op deze website. 

Bijkomende vragen en antwoorden?

Bijkomende informatie en antwoorden op uw vragen krijgt u van Lieven Lampo, tel. 02 513 41 80; f2p[at]sf323.be of via het zie invulformulier op deze website. Â