Eindejaarspremies
In tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, bestaan er geen wettelijke bepalingen die een recht op eindejaarspremie vaststellen. Dit recht vindt zijn oorsprong in een collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsvlak, het arbeidsreglement, een schriftelijke individuele overeenkomst tussen werknemer en werkgever of een binnen de onderneming ontstaan gebruik. Dit verklaart de onduidelijkheid die er heerste binnen de sector vóór er op 3 juni 2004 voor het eerst een CAO "eindejaarspremie" afgesloten werd. Waar vroeger bepaalde werknemers wel en anderen niet dit sociale voordeel genoten werd dan de eindejaarspremie voor iedereen geleidelijk ingevoerd, zodanig dat, sedert december 2007 alle werknemers die een volledig dienstjaar gepresteerd hebben, recht hebben op een eindejaarspremie die één maandloon bedraagt (1/12 van het brutoloon op jaarbasis). Samen met de bedragen (percentage van het loon) werden de toekenningsvoorwaarden vastgelegd bij CAO. Het betalen van de premie gebeurt in de maand december (week voor kerstdag) en de berekening gebeurt op basis van een referteperiode (periode tijdens welke met de inkomsten rekening gehouden wordt voor het berekenen van de premie). Deze valt samen met het dienstjaar (periode juli – juni) dat aan de betaling van de premie vooraf gaat. Concreet betekent dit dat voor de berekening van de premie 2008 rekening gehouden wordt met het verdiende loon tijdens de periode juli 2007 – juni 2008.
Toekenningsvoorwaarden: minimumanciënniteit van 60 werkdagen hebben, niet ontslagen zijn om dringende reden en werknemers die zelf ontslag namen moeten een anciënniteit van 5 jaar in de sector kunnen aantonen. OPGELET: er wordt aan de werkgevers gevraagd dat ze zelf ontslagen om dringende redenen bij het fonds kenbaar zouden maken.
Bedienden: de premie is gelijk aan een maandloon, en kan, voor zover aan de toekenningsvoorwaarden voldaan is pro rata betaald worden bij werknemers die geen volledig jaar gepresteerd hebben. Deze premie wordt betaald door de werkgever. Voor bedienden is dezelfde referentieperiode van toepassing als voor de arbeiders (sociaal dienstjaar), de CAO van 16 december 2008 (wijziging van de CAO van 1 december 2005) voorziet echter dat voor bedienden die vóór 31 december 2008 in dienst waren een andere referentieperiode kan worden toegepast.Â
Bedienden die een deels (of geheel) op basis van commissies betaald worden: hebben eveneens recht op een eindejaarspremie. Het bedrag van deze premie mag echter begrensd worden tenzij het vast deel van de verloning hoger is dan de vastgestelde grens. Het plafond komt overeen met het hoogste bedrag van beroepscategorie 3 (CAO 16 december 2008, barema’s) en bedraagt voor december 2009 € 2154,99. Deze premie wordt betaald door de werkgever.
Conciërges met statuut van bediende: de premie bedraagt 8,33% van het brutoloon verdiend tijdens de referentieperiode en komt dus overeen met een gemiddeld maandloon. Deze premie wordt betaald door de werkgever.
Arbeiders en conciërges met statuut van arbeider: De premie bedraagt 8,33% van het brutoloon verdient tijdens de referentieperiode. Deze premie wordt betaald door het sociaal fonds. Het fonds stuurt in de maand oktober een attest naar alle begunstigden samen met een brief waarin de te volgen stappen opgesomd worden.
NIEUW VOOR 2009 : Arbeiders die vroeger één premie per werkgever uitbetaald kregen, zullen vanaf december 2009 nog slechts één betaling ontvangen. Alle premies zullen door het fonds samengeteld en gezamenlijk gestort worden. Â
Dienstboden: De bepalingen van de CAO eindejaarspremie zijn niet van toepassing op de dienstboden.
Werkgevers die het bedrag van de premie(s) die aan hun arbeider(s) betaald zullen worden wensen te kennen kunnen dit opvragen bij het sociaal fonds via e-mail (premies[at]sf323.be).Â